DEEL 3  |  13 NOVEMBER 2021 – 15 JANUARY 2022

Article II consists of six Sections. Once again, I will only touch on a few key points. Members of the 55+ Group are urged to study the entire Explanatory Memorandum carefully. 

Section 1 provides that legislative power shall be vested in the European Congress, composed of two Houses: the House of Citizens and the House of States, the Senate. Its residence is Brussels.

Section 2 deals with the members of the House of Citizens, their election and that this takes place within one constituency, namely that of the United States of Europe. This implies that the House of Citizens is formed on the basis of popular vote and proportional representation of the political parties. So, one federal constituency and no election per district in the participating states. Let alone the use of an Electoral College as in the USA. There is no place in a federal Europe for a backward two-party system as in America and the United Kingdom. 

An important aspect of Section 2 is its challenging provision that the House of Citizens shall lay down rules governing the professional requirements of those who are chosen to electoral lists through political parties. That the most important office in the world, the political office, can be obtained by persons to whom no public quality requirements are imposed we consider a serious defect of parliamentary systems.

Building a federal state on the basis of a federal constitution is one thing, ensuring that the house is inhabited by people who master the fundamentals of political office is another. Here lies a difficult task for transnational political parties to provide - on the basis of rules of the House of Citizens - representatives of the people who have learned and internalised the fundamentals of political office.

For those members of the 55+ group who find this important, I refer to the basis for this paragraph 2. You will find it in Chapter 11 of the 'Constitutional and Institutional Toolkit for Establishing the United States of Europe', entitled: 'The Political Office. Requirements for Competence and Suitability, the Task of Political Parties' (https://www.faef.eu/wp-content/uploads/Constitutional-Toolkit.pdf) . Perhaps studying that Chapter 11 will lead to a good amendment to strengthen Section 2, Clause 2.

Section 3 is about the Senate. Each Member State has eight Senators in the European Congress. The number 'eight' has to do with the fact that we opt for popular voting and proportional representation. It is possible in that system that small Member States will have no or few representatives in the House of Citizens. With the guarantee that such Member States do have eight senators in Congress, they have sufficient weight in the Senate as equals among equals.

Unlike in America, the Senators are appointed by the parliament of their own Member State. Until 1913, this was also the case in America, but in 1913 Amendment 17 was adopted in favour of the Senators being elected by the people of the Member State. We consider that Amendment 17 is wrong. The House of Citizens serves the interests of the Citizens. The Senators serve the interests of their own states. We consider this aspect of checks and balances to be essential for a balanced trias politica.

Just as the House of Citizens sets rules for the required competence of members of that House, so too the Senate should set rules for the suitability of Senators. Again, this is a challenging article that is also intended to force political parties to put candidates for both Houses on electoral lists that master the fundamentals of political office, not the trickery of political power.

The Vice-President of the United States of Europe is President of the Senate. He can only vote if the votes are tied. The Senate has the exclusive power when it comes to impeachments.

For Sections 4, 5 and 6, I refer to the Explanatory Memorandum.


Artikel II - Organisatie van de wetgevende macht

Sectie 1- Oprichting van het Europees Congres

  1. De wetgevende macht van de Verenigde Staten van Europa berust bij het Europees Congres. Het bestaat uit twee Kamers: het Huis van de Burgers en het Huis van de Staten, ook bekend als de Senaat.
  2. Het Europees Congres en zijn twee afzonderlijke Kamers zetelen in Brussel.

Afdeling 2 - Het Huis van de Burgers

  1. Het Huis van de Burgers bestaat uit de vertegenwoordigers van de Burgers van de Verenigde Staten van Europa. Elk lid van het Huis heeft één stem. De leden van dit Huis worden voor zes jaar verkozen door de stemgerechtigde burgers van de Federatie, verenigd in één kiesdistrict, namelijk het kiesdistrict van de Verenigde Staten van Europa. De verkiezing van de leden van het Huis van de Burgers vindt altijd plaats in de maand mei, en voor de eerste keer in het jaar 20XX. Zij treden uiterlijk op 1 juni van het verkiezingsjaar in functie. De leden treden af op de derde dag van de maand mei in het laatste jaar van hun zittingsperiode. Zij kunnen tweemaal na elkaar worden herkozen.
  2. Behoudens door het Huis van de Burgers vast te stellen regels inzake de eisen van bekwaamheid en geschiktheid voor het ambt van vertegenwoordiger namens het volk van de Verenigde Staten van Europa, komen in aanmerking zij die de leeftijd van dertig jaar hebben bereikt en gedurende ten minste zeven jaar als burger van een staat van de Federatie zijn ingeschreven.
  3. De leden van het Huis van de Burgers hebben een individueel mandaat. Zij voeren dit mandaat uit zonder instructies, in het algemeen belang van de federatie. Dit mandaat is onverenigbaar met elke andere openbare functie.
  4. Het stemrecht bij de verkiezingen voor het Huis van de Burgers komt toe aan een ieder die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en als burger is ingeschreven in een van de Staten van de Federatie, ongeacht het aantal jaren van die inschrijving.
  5. Het Huis van de Burgers kiest zijn voorzitter, met stemrecht, en benoemt zijn eigen personeel.

Sectie 3 - Het Huis van de Staten, of de Senaat

  1. De Senaat bestaat uit acht vertegenwoordigers per staat. Elke senator heeft één stem. De senatoren worden voor een termijn van zes jaar benoemd door en uit de wetgevende macht van de staten, met dien verstande dat na drie jaar de helft van het aantal senatoren aftreedt. De eerste benoeming van de voltallige Senaat vindt plaats in de eerste vijf maanden van het jaar 20XX. De driejaarlijkse benoemingen ter vervanging van de helft van de Senatoren vinden plaats in de eerste vijf maanden van dat jaar. De senatoren treden uiterlijk op 1 juni van het jaar van hun benoeming in functie. Zij nemen ontslag in de namiddag van de derde dag van de maand mei in het laatste jaar van hun mandaat. De aftredende Senatoren zijn onmiddellijk herbenoembaar voor een nieuwe termijn van drie jaar. Het Reglement van Orde van de Senaat regelt de wijze van ontslag van de helft van de Senaat.
  2. Behoudens door de Senaat vast te stellen regels inzake eisen van bekwaamheid en geschiktheid voor het ambt van vertegenwoordiger namens de Staten van de Verenigde Staten van Europa, komen als Senator in aanmerking zij die de leeftijd van dertig jaar hebben bereikt en die gedurende een tijdvak van ten minste zeven jaar als burger van een Staat van de Verenigde Staten van Europa zijn ingeschreven.
  3. De Senatoren hebben een individueel mandaat. Zij voeren dit mandaat uit zonder instructies, in het algemeen belang van de federatie. Dit mandaat is onverenigbaar met elke andere openbare functie.
  4. De vice-president van de Verenigde Staten van Europa zit de Senaat voor. Hij heeft geen stemrecht tenzij de stemmen gelijk verdeeld zijn.
  5. De Senaat kiest een voorzitter pro tempore die bij afwezigheid van de ondervoorzitter, of wanneer deze waarnemend voorzitter is, de vergaderingen van de Senaat leidt. De Senaat benoemt zijn eigen personeel.
  6. De Senaat heeft de exclusieve bevoegdheid om uitspraak te doen over impeachments. Indien de president, de vice-president of een lid van het Congres in staat van beschuldiging wordt gesteld, wordt de Senaat voorgezeten door de opperrechter van het Hof van Justitie. Indien een lid van dat Hof wordt aangeklaagd, zit de president de Senaat voor. Niemand kan worden veroordeeld zonder een tweederde meerderheid van de aanwezige leden.
  7. Een veroordeling in gevallen van impeachment zal niet verder gaan dan de ontzetting uit het ambt en de onbevoegdheid tot het bekleden van enig ambt van eer, vertrouwen of bezoldigd ambt binnen de Verenigde Staten van Europa. De veroordeelde zal niettemin aansprakelijk zijn en onderworpen aan aanklacht, proces, vonnis en straf volgens de wet.

Afdeling 4 - Het Europees Congres

  1. Het tijdstip, de plaats en de wijze van verkiezing van de leden van het Huis van de burgers en van de benoeming van de leden van de Senaat worden vastgesteld door het Europees Congres.
  2. Het Europees Congres komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Deze bijeenkomst begint op de derde dag van januari, tenzij het Congres bij wet een andere dag vaststelt.
  3. Het Europees Congres stelt een reglement van orde vast voor zijn manier van werken.

Afdeling 5 - Reglement van orde van beide Kamers

  1. Elk Huis stelt een Reglement van Orde vast. Daarin wordt geregeld voor welke onderwerpen een quorum vereist is, hoe de aanwezigheid van de leden kan worden afgedwongen, welke sancties kunnen worden opgelegd in geval van structurele afwezigheid, welke bevoegdheden de voorzitter heeft om de orde te herstellen en hoe de notulen van vergaderingen en stemmingen worden opgesteld.
  2. Het Reglement van Orde regelt de bestraffing van leden van het Parlement in geval van wanordelijk gedrag, met inbegrip van de bevoegdheid van het Parlement om het lid permanent te royeren met een tweederde meerderheid.
  3. Tijdens de zittingen van het Europees Congres mag geen van de Kamers zonder instemming van de andere Kamer meer dan drie dagen schorsen, en mag de zetel niet buiten Brussel worden verplaatst.

Afdeling 6 - Vergoeding en immuniteit van de leden van het Congres

  1. De leden van beide Kamers ontvangen voor hun werkzaamheden een bezoldiging, bij de wet vastgesteld, die maandelijks door de schatkist van de Verenigde Staten van Europa wordt betaald. Daarnaast ontvangen zij een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig de werkelijk gemaakte kosten en beperkt tot de reizen en activiteiten die door hun werk worden gerechtvaardigd.
  2. De leden van beide Kamers zijn in alle gevallen, behalve bij hoogverraad, misdrijf en verstoring van de openbare orde, vrijgesteld van aanhouding gedurende hun aanwezigheid bij de zittingen van hun respectieve Kamer en bij het gaan naar en terugkeren uit die Kamer. Voor een toespraak of debat in een van beide Kamers mogen zij niet op een andere plaats worden ondervraagd.

Toelichting bij artikel II

Uitleg van deel 1

Wij hebben er bewust voor gekozen de woorden "Organisatie van ..." in de titel van artikel II op te nemen, omdat de afdelingen 1-6 van artikel I van de Grondwet van de Verenigde Staten betrekking hebben op organisatorische/institutionele aspecten, terwijl de afdelingen 7-10 handelen over bevoegdheden. Wij denken dat het beter is die twee onderwerpen te splitsen. Ons artikel II heeft alleen betrekking op de organisatorische/institutionele aspecten van de wetgevende macht. Een nieuw artikel III gaat over de bevoegdheden.

Clausule 1 impliceert dat het Europese Congres dezelfde positie heeft als het Amerikaanse Congres: de vergadering van beide kamers tegelijk. Alleen heeft dat Congres wetgevende macht. Maar er zijn enkele nuances bij dit beginsel. De president heeft een soort afgeleide wetgevende macht in de vorm van "Presidential Executive Orders". Dit zijn verordeningen van een lagere orde dan de formele wetgevende macht van clausule 1, en bovendien moeten deze "Executive Orders" herleidbaar zijn tot die wetgeving van het Congres. Zie hoofdstuk 10. Een andere nuance is dat het Amerikaanse Hooggerechtshof herhaaldelijk heeft geoordeeld dat het Congres wetgevende bevoegdheid kan delegeren aan federale agentschappen.

In clausule 2 kiezen wij voor Brussel als zetel van zowel het Europees Congres. Dit impliceert dat Straatsburg niet langer zal deelnemen aan vergaderingen van de Federatie van Europa. Het intergouvernementele Europees Parlement pendelt al jaren heen en weer tussen Brussel en Straatsburg omdat Frankrijk het daar ooit toe gedwongen heeft. Ondanks herhaalde protesten van het Europees Parlement wil Frankrijk hierin geen verandering brengen. Het tekent een van de vele tekortkomingen van het intergouvernementele systeem: door het onvermijdelijk voortdurende spel van winnaar-en-verliezer in de uitruil van nationale belangen, bepaalt één nationaal belang de orde van het Europese geheel. 

In de toelichting bij artikel I is vermeld dat het op grond van artikel 20 voor negen (of meer) lidstaten mogelijk is om een nauwere samenwerking aan te gaan. Bijvoorbeeld door samen een federatie te vormen die dan een van de lidstaten van de intergouvernementele EU kan zijn. Als dat het geval is, doet zich een nieuw organisatorisch vraagstuk voor. De zetel van de EU is in Brussel. Die van de federatie is dat ook.

Deze complexiteit is een onvermijdelijk gevolg van de noodzaak van een systeemverandering, een paradigmaverschuiving. De complexiteit zal blijven bestaan, zelfs als we ervan uitgaan dat het intergouvernementele systeem enigszins zal worden verlicht wanneer negen Lid-Staten eerst de Europese Unie verlaten en er vervolgens als één federatie aan deelnemen. De complexiteit zal echter slechts minimaal zijn als de EU-landen allemaal tegelijk besluiten toe te treden tot de Europese federatie. Dan zouden alle bestaande instellingen van de Europese Unie in de federatie kunnen worden opgenomen. Al dan niet in gewijzigde zin.

Uitleg van deel 2

Op dit onderdeel volgen we niet de Amerikaanse grondwet. Ten eerste de keuze voor één kiesdistrict voor de hele federatie; geen verkiezingen voor het Huis van de Burgers per staat, zoals in Amerika en ook in de EU het geval is. Wij verwerpen het alleen kunnen stemmen op landgenoten per staat. Wij kiezen ervoor om te kunnen stemmen voor de hele federatie: één kiesdistrict van de landen die behoren tot het grondgebied van de federatie. Een Slowaak moet dus kunnen stemmen voor een Belg, een Ier, een Cyprioot, een Spanjaard, een Nederlander en vice versa. Deze ene federale kieskring zal aanleiding geven tot transnationale politieke partijen. Zie hoofdstuk 11. Alleen via één enkele kieskring voor de Verenigde Staten van Europa kan een rechtstreekse relatie tot stand worden gebracht tussen de burgers en hun vertegenwoordigers. Voor de tekst van dit hoofdstuk houdt deze keuze in dat een uitgebreide beschrijving van het kiesstelsel in Amerika hier achterwege wordt gelaten.

Het belangrijkste bezwaar van de Amerikanen tegen één enkele Amerikaanse kieskring (in plaats van verkiezingen via het systeem van kiesmannen per staat) is gebaseerd op de vrees dat de bevolking van de dichtstbevolkte steden en gebieden meer invloed zou krijgen dan de inwoners van plattelandsgebieden. Daardoor zou de macht in het Huis van Afgevaardigden onevenwichtig kunnen worden verdeeld. Het kiesstelsel dat wij voorstellen is echter gebaseerd op het zogenaamde lijstenstelsel: elke transnationale politieke partij deponeert een lijst waarop de verkiesbare personen zijn gerangschikt, de kiezers stemmen op de lijst van hun keuze en dus tegelijkertijd op een persoon. De kiesdeler bepaalt hoeveel stemmen een kandidaat nodig heeft om een zetel te winnen. Voorbeeld van een kiesdeler: als er tien miljoen geldige stemmen worden uitgebracht voor honderd zetels, is de kiesdeler 10.000.000:100 = 100.000 stemmen. Dit aantal stemmen is nodig voor één zetel; dit is de kiesdeler.

De politieke partijen bepalen zelf wie er op de kieslijst komt te staan. Of er sprake is van een (on)evenwichtige vertegenwoordiging van de staten in het Huis van de burgers van de Europese Federatie, hangt af van de manier waarop de politieke partijen hun kieslijsten samenstellen. De politieke partijen kunnen voorkomen dat kleine Lid-Staten van de Europese Federatie geen of zeer weinig vertegenwoordigers in het Huis van de Burgers hebben. De Trans-Europese politieke partijen zouden goede kandidaten uit dergelijke staten op verkiesbare plaatsen moeten zetten.

Politieke partijen zijn vrij om de kandidaten te kiezen die zij verkiesbaar willen stellen. Maar wij voeren in artikel II, lid 2, clausule 2, een revolutionaire regel in om het systeem van "checks and balances" uit te breiden. Controles en tegenwichten zijn het krachtigste verdedigingsmechanisme tegen ondemocratische heerschappij. Maar wat de verkiesbaarheid betreft, wordt niet gecontroleerd of een kandidaat de juiste bekwaamheid en geschiktheid heeft om het belangrijkste politieke ambt in de federatie uit te oefenen: de burgers vertegenwoordigen. De burgers willen vertegenwoordigd worden door bekwame en geschikte personen. We kunnen de selectie van kandidaten niet volledig overlaten aan de politieke partijen, omdat zij hun macht altijd zullen maximaliseren in de strijd voor de politieke waarden die zij koesteren. Als er ergens in het constitutionele en institutionele systeem een plaats moet worden gereserveerd voor de invloed van de burgers, dan is het wel aan de voorkant van de deur waar de vertegenwoordigers het Huis van de Burgers willen binnengaan. Voor een gedetailleerde uitleg van deze regel, zie hoofdstuk 11.

Dit lijstenstelsel is ook bij uitstek geschikt om de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen. Als elke politieke partij haar kandidatenlijst opstelt in de wisselende verhouding man-vrouw, enz., zal de samenstelling van het Huis van de Burgers per definitie de verhouding 50% vrouw-man benaderen.

Wij voorzien niet in tussentijdse verkiezingen voor parlementsleden die hun ambt voortijdig neerleggen. Wij stellen voor om in het lijstenstelsel een systeem van plaatsvervangers op te nemen.

Dan is er nog de vraag: "Hoe kan een Duitser weten of hij op een Luxemburger of op een Cyprioot moet stemmen? Dat is een non-issue. Hij hoeft het niet te weten, want het Europees Congres gaat niet over Duitse of andere nationale belangen, maar over Europese. Hij hoeft alleen maar vertrouwen te hebben in de transnationale politieke partij van zijn keuze. En dus het vertrouwen dat die partij de beste kandidaten, goed verdeeld over de hele Federatie, op verkiesbare plaatsen op de lijst zal zetten. Nogmaals, zie hoofdstuk 11. 

Tot zover onze eerste overweging over afwijkingen van de grondwet van de VS.

Ten tweede houden wij ons niet aan de zittingsduur van het Huis van de Burgers. In Amerika hebben leden van het Huis van Afgevaardigden slechts twee jaar zitting. Wij nemen zes jaar voor het Europese Huis van de burgers, punt uit. De reden is eenvoudig: het democratisch tekort van de Europese Unie, dat al jaren wordt bekritiseerd, kan alleen worden gecompenseerd door de vertegenwoordigers van de burgers een centrale rol te geven. De Europese staten, met hun nationalistisch gedreven belangen van intergouvernementalisme, hebben de vertegenwoordiging van de burgers te lang van haar bevoegdheden beroofd.

Bovendien vinden wij het niet juist om de leden van het Huis van de Burgers om de twee jaar op verkiezingstournee te sturen. Als zij zich net hebben gevestigd, zouden zij weer op pad moeten om hun volgende verkiezing veilig te stellen. In de Verenigde Staten van Europa kunnen zij het grootste deel van de zes jaar besteden aan het behartigen van de belangen van de burgers, en niet aan het behartigen van hun herverkiezing. Wij willen het aantal ambtstermijnen wel beperken tot drie. Dus maximaal 18 jaar in het Huis van de Burgers. Op die manier kunnen we voorkomen dat de kwaliteit van het vertegenwoordigende werk achteruit gaat door machtsconcentratie, luiheid of een te grote invloed van lobbyisten.

Een vraag die we in dit stadium nog niet precies kunnen beantwoorden is: uit hoeveel leden moet het Huis van de burgers bestaan? In de Verenigde Staten is dit vastgesteld op 435 voor 328.200.000 inwoners (volkstelling 2019). Twee dingen moeten nog worden vastgesteld: 

  1. Hoeveel leden zou het Huis van de Burgers moeten hebben voor de ongeveer 500 miljoen van de Europese Unie van zevenentwintig staten? 
  2. Hoe groot moet dit Huis van het Europees Congres zijn als bij de start van de Verenigde Staten van Europa slechts negen Europese landen toetreden?

Wij hebben daar nog geen concreet antwoord op. Er wordt echter geschat - uitgaande van een bevolking van ongeveer 600 miljoen na de toetreding van alle EU-lidstaten plus enkele staten die momenteel in de wachtkamer zitten - dat het Huis van de Burgers uit ongeveer 600 personen zou kunnen bestaan.

Wij kunnen nu ook niet voorspellen in welk jaar de eerste verkiezingen voor het Huis van de Burgers zouden kunnen worden georganiseerd. Gelet op hoofdstuk 2 achten wij het echter waarschijnlijk dat de federatie van de Verenigde Staten van Europa in 2035 in werking zal treden. 

Wij geven de voorkeur aan mei voor dat jaar en voor elke volgende verkiezing, omdat wij er inmiddels aan gewend zijn dat de verkiezingen voor het Europees Parlement in mei plaatsvinden. Daarom staat in artikel II dat de gekozen leden van dit Parlement uiterlijk op 1 juni van dat verkiezingsjaar in functie treden.

In tegenstelling tot de Amerikaanse grondwet stellen wij in clausule 2 van deze afdeling de leeftijd voor verkiesbaarheid voor het Huis van de Burgers vast op dertig in plaats van vijfentwintig jaar. Waarom? Om meer garantie te hebben dat de gekozenen over voldoende kennis, wijsheid en (levens)ervaring beschikken voor het belangrijkste politieke ambt in Europa. De nadruk moet liggen op generalisten, niet op specialisten. Wij vinden het toelaten van 20-jarigen tot het Huis van de Burgers net zo zinloos als een 60-jarige in het voetbalteam van CF Barcelona of Manchester United zetten. In hoofdstuk 2 wordt verder ingegaan op de eisen van bekwaamheid en geschiktheid voor een politieke functie in het Huis van de Burgers. De rest is te vinden in hoofdstuk 11.

In de derde clausule van deze afdeling stellen wij uitdrukkelijk, zoals in de Amerikaanse en de Zwitserse grondwet, dat de leden van het Huis van de Burgers een mandaat uitoefenen om alleen aan die Europese burgers verantwoording af te leggen. Hun mandaat is ook exclusief - dat wil zeggen dat zij geen andere openbare functie, ambt of mandaat mogen uitoefenen, op geen enkel bestuursniveau; op die manier voorkomen wij belangenconflicten en machtsconcentratie.

Nog een belangrijk aspect trouwens. Naast de 435 stemgerechtigde leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden zijn er zes niet-stemgerechtigde leden uit het District of Columbia (= D.C. met de federale hoofdstad Washington), Guam, de Maagdeneilanden, Amerikaans Samoa, het Gemenebest van de Noordelijke Marianen, en een inwonend commissaris uit Puerto Rico. Steeds strevend naar een zo groot mogelijke overeenstemming met het Amerikaanse constitutionele stelsel, nemen wij voor de Verenigde Staten van Europa het volgende standpunt in.

Brussel is de constitutionele hoofdstad van de Verenigde Staten van Europa, maar niet, zoals Washington in het District of Columbia, een grondgebied met een eigen constitutionele status die het lidmaatschap van het Huis van de burgers rechtvaardigt. Daarom geen aparte zetel voor Brussel in het Europese Huis.

Een andere vraag is welke status de zogenaamde landen en gebieden overzee moeten krijgen. Dit zijn landen die elders in de wereld zijn gelegen, maar die grondwettelijk tot een lidstaat van de Federatie behoren: Frankrijk, Nederland en Denemarken. Hun geassocieerd lidmaatschap van de Europese Unie lijkt sterk op dat van de zes bovengenoemde gebieden die lid zijn van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden zonder stemrecht. Wij bevelen daarom aan dat deze overzeese gebiedsdelen ook een dergelijke status krijgen in het Huis van de Burgers: lidmaatschap zonder stemrecht. Natuurlijk blijft dan de vraag: hoeveel afgevaardigden per gebied en wie kiest of benoemt ze? Dit zou op een eenvoudige manier kunnen worden geregeld: de betrokken Lid-Staat organiseert een verkiezing voor één niet-stemgerechtigd lid van het Europees Huis van de burgers in het betrokken gebied. Ook hier zou het beginsel van de onverenigbaarheid van functies moeten gelden. Men kan geen lid zijn van het Europees Huis van de burger en tevens een openbaar ambt bekleden in het eigen kiesdistrict.

In een notendop komt ons kiesstelsel neer op de volgende punten: 

  • De federatie van de Verenigde Staten van Europa kent algemeen kiesrecht, volksstemming, met zetelverdeling op basis van evenredige vertegenwoordiging. 
  • Iedereen die in een lidstaat van de Verenigde Staten van Europa is geregistreerd en de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, heeft stemrecht bij de periodieke verkiezingen voor het Huis van de Burgers. 
  • Kiezers die in meer dan één lidstaat zijn geregistreerd, bijvoorbeeld migrerende werknemers of studenten (afkomstig uit lidstaat A maar werkend of studerend in lidstaat B), ontvangen slechts één stem.  
  • Het kiesdistrict is het gehele grondgebied van de Verenigde Staten van Europa. Geen verkiezingen per lidstaat, noch per district. Dus alleen de volksstemming geldt in het hele kiesdistrict.
  • Transnationale politieke partijen plaatsen kandidaten op kieslijsten en zorgen voor een gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen op die lijsten; zij zorgen ook voor kandidaten uit alle lidstaten, zodat een kiezer uit de ene lidstaat kan stemmen op een kandidaat uit om het even welke andere lidstaat.
  • Na de verkiezingen wordt aan de hand van het totale aantal stemmen bepaald welke kandidaat een zetel in het Huis van de Burgers heeft behaald. Een zetel wordt bepaald door het totaal aantal uitgebrachte stemmen te delen door het aantal zetels in het Huis van de Burgers. Het aantal keren dat een politieke partij dat aantal haalt, bepaalt dus het aantal zetels voor die partij. De zetels die overblijven worden restzetels genoemd. Zij worden evenredig over de politieke partijen verdeeld.  

Uitleg van deel 3

Voor de samenstelling van de Senaat is gekozen voor de oorspronkelijke versie van de Amerikaanse grondwet die in 1787 is opgesteld en in 1789 in werking is getreden. Volgens die tekst werden de Senatoren gekozen door de wetgevende macht van de Staten. Niet gekozen door de burgers. Dit werd in 1913 gewijzigd bij amendement XVII. Vanaf dat moment wordt de Senaat van de VS samengesteld door de kiezers van de Staten. Wij vragen ons af of dat een goed amendement is. Het was en is nog steeds de bedoeling dat het Huis van Afgevaardigden de belangen van het volk vertegenwoordigt en dat de Senaat de belangen van de Staten vertegenwoordigt. Dit is een wezenlijk kenmerk van het federale stelsel: de federatie wordt gevormd door de burgers en de staten. Daarom wordt hun vertegenwoordiging afzonderlijk van elkaar geregeld, vanuit twee afzonderlijke bronnen: de ene vanuit de Burgers en de andere vanuit de Staten. Dit maakt ook deel uit van de "checks and balances". 

Door de verkiezing van de senatoren te verschuiven van de wetgevende lichamen van de staten naar de burgers van de staten, komt de nadruk ook in de senaat te liggen op de belangen van de burgers. In wezen betekent dit een "versterking" van de macht van het federale gezag in Washington. Sinds het begin van de twintigste eeuw is dit alleen maar toegenomen. Althans in de perceptie van de Republikeinen. Er woedt al enige tijd een heftig debat tussen Republikeinen en Democraten. Burgers van een aantal staten roepen zelfs op tot terugtrekking uit de federatie - opnieuw, zoals in 1860. In februari-maart 2013 was er zelfs een actie in het staatsparlement van Oklahoma om een wet aan te nemen om de federale Obamacare-wet teniet te doen. Dit is grondwettelijk uitgesloten; een staat heeft die bevoegdheid niet, maar deze ongrondwettelijke poging om een federale wet teniet te doen is tekenend voor de gespannen verhoudingen tussen het federale gezag en dat van sommige staten. Deze betrekkingen laaiden weer op in de periode van het presidentschap van Donald Trump. De bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 maakte ook deel uit van een oproep aan een aantal staten om te besluiten de federatie weer te verlaten (zoals zij in 1860 deden).

De EU heeft een vergelijkbaar probleem met Brexit. Om te voorkomen dat een federaal Europees Congres alle macht in handen van de burgers legt en de belangen van de staten onderwaardeert, kiezen we daarom voor het systeem waarbij de senatoren worden benoemd door de wetgevende lichamen van de lidstaten. En acht Senatoren per Staat. Waarom niet, zoals in Amerika, slechts twee senatoren per staat ? En waarom precies acht? Om ervoor te zorgen dat elke staat van de Europese federatie voldoende vertegenwoordigd is in de federale senaat, hoe klein en dunbevolkt een staat ook is. Door elke deelstaat van de federatie acht vertegenwoordigers in de Senaat toe te wijzen, is elke deelstaat verzekerd van voldoende vertegenwoordiging om daadwerkelijk aan de federale besluitvorming deel te nemen. Bovendien kan dit cijfer een stimulans zijn voor de kleinste staten van Europa, met een bevolking van hooguit enkele miljoenen, om zich bij de federatie aan te sluiten. Op grond van het Verdrag van Lissabon hebben zij nu de garantie van vijf tot acht zetels in het Europees Parlement. Door toe te treden tot een Europese federatie krijgen zij de garantie van acht zetels in het Congres - dat wil zeggen in de Senaat - zelfs als geen van deze kleinste staten een zetel zou winnen bij de verkiezingen voor het Huis van de burgers. Dat kleine lidstaten in een federaal Congres ook afgevaardigden in het Huis van de Burgers hebben, is een zaak en een taak voor transnationale politieke partijen, die hun kieslijsten zo moeten inrichten dat ook Luxemburg en Cyprus vertegenwoordigd zijn. Zie hoofdstuk 11. 

De vorige clausule verklaart waarom we kiezen voor acht in plaats van twee senatoren per staat. Een andere vraag is: waarom niet twaalf, veertien of zelfs meer? De reden is dat daarmee het gevaar van specialisatie opdoemt. En specialisten zullen we zeker aantreffen in het Huis van de Burgers. Dat is voldoende. De Eerste Kamer bestaat wat ons betreft uit generalisten, wijze mensen met ruime ervaring in de manier waarop een staat maatschappelijke ontwikkelingen vertaalt in zinnig beleid.

Ook voor de Senaat gaan we uit van een zittingsperiode van zes jaar, waarbij om de drie jaar de helft van de Senaat vertrekt, maar wel opnieuw kan worden benoemd. De keuze om senatoren na drie jaar te vervangen is ingegeven door onze wens om een goed draagvlak te creëren in de parlementen van de lidstaten. Wij voorzien niet in verkiezingen voor de vroegtijdige vervanging van senatoren, zodat een systeem van plaatsvervangers moet worden opgenomen in het Reglement van Orde van de Senaat en in het Reglement van de Staten.

Net als bij het Huis van de burgers kunnen we nu niet vooruitlopen op het jaar waarin de eerste benoemingen in de Europese Senaat zullen plaatsvinden. Die datum zal afhangen van het tijdstip waarop de Grondwet in werking treedt. Wij denken daarom aan 2035. Wij kunnen ons voorstellen dat de benoeming van de senatoren door de nationale parlementen veronderstelt dat alle nationale wetgevende instanties in zitting zijn. De kans is echter reëel dat de geplande benoeming van de senatoren samenvalt met parlementsverkiezingen in een staat of in enkele staten. Daarom wordt voorzien in een periode van vijf maanden waarin de benoemingen van de senatoren kunnen plaatsvinden. Op die manier kunnen de Staten om de drie jaar tijdig hun Senatoren benoemen, voordat een Parlement (al dan niet voortijdig) wordt ontbonden. En zo is de continuïteit van het Europese bestuur verzekerd. Het enige nadeel, zo lijkt ons, is dat de Senatoren in geval van voortijdige ontbinding van hun nationaal Parlement enkele weken langer zullen moeten wachten om in functie te treden, maar in ieder geval op 1 juni van het jaar van hun benoeming. 

Lid 2 van afdeling 3 bevat hetzelfde verdedigingsmechanisme als afdeling 2, lid 2: het is een controle op de bekwaamheid en geschiktheid van kandidaten voor het politieke ambt van vertegenwoordiging van de staten. De Eerste Kamer maakt regels om de bekwaamheid en geschiktheid van kandidaten voor het politieke ambt van senator te toetsen. Voor een nadere toelichting op deze regel verwijzen wij naar hoofdstuk 11.

In clausule 2 wordt bepaald dat burgers uit andere delen van de wereld ten minste zeven jaar officieel in een lidstaat van de federatie moeten hebben gewoond - en dus voldoende staatsburgerschap moeten hebben - om verkiesbaar te zijn.

Artikel 3 bepaalt dat het mandaat van Senator individueel is; een Senator ontvangt geen instructies, zelfs niet van de instellingen van de Staat waaruit hij of zij afkomstig is, of die hem of haar heeft verkozen. Het mandaat is exclusief: het sluit elk ander openbaar ambt uit.

In clausule 6 is sprake van een Hof van Justitie. Dus naast het bestaande Hof van Justitie van de EU. Als alle EU-landen tot de Federatie zouden toetreden, zou het bestaande Hof van Justitie die rol van Hof van Justitie van de Federatie natuurlijk op zich kunnen nemen. Zolang er slechts een beperkt aantal landen in de Federatie is, moet er een apart Hof van Justitie komen. Dat is althans ons idee. Dit is echter een onderwerp dat wij ter overweging willen voorleggen aan de Conventie van de burgers.

Naar het voorbeeld van de Amerikaanse grondwet voorzien de clausules 6 en 7 van sectie 3 in de mogelijkheid om, naast de strafrechtelijke verantwoordelijkheid, personen aan te pakken die zich misdragen terwijl zij een officieel of politiek ambt bekleden.

Net als bij de overzeese gebiedsdelen is er de kwestie van de positie van de 79 ACS-landen, die nu onafhankelijke staten zijn maar vroeger kolonies van Europese landen waren. In Afrika, in het Caribisch gebied en in de Stille Oceaan. De Europese Unie onderhoudt met deze landen een bijzondere relatie door middel van verdragen, voornamelijk gericht op het tot stand brengen van handelsbetrekkingen die voor beide partijen voordelig (kunnen) zijn. Deze relatie staat echter steeds onder druk. Terwijl de EU - in het kader van het beleid van de Wereldhandelsorganisatie - zoveel mogelijk handelsbelemmeringen wil afschaffen, pleiten de ACP-landen veelal voor voortzetting van de bescherming. De periodieke vernieuwing van de verdragsrelatie tussen de EU en de ACS-landen lijkt deze spanningen niet te kunnen wegnemen. Integendeel. In de snel globaliserende wereld kunnen wij ons dit echter niet veroorloven. Daarom stellen wij ook op dit gebied een paradigmaverschuiving voor: de werking van de EU-ACS-verdragen bevorderen door de ACS-landen een plaats in het Congres te geven. Wat zou er op tegen zijn om zes zetels (zonder stemrecht) in de Senaat, het huis dat expliciet bedoeld is voor de belangen van staten, te geven aan twee senatoren uit de Afrikaanse ACS-groep, twee uit de Caribische groep en twee uit de groep van de Stille Oceaan? Om de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen, zouden deze twee leden per A, C en P altijd uit een vrouw en een man moeten bestaan. Hoewel zij geen stemrecht zouden hebben, zouden zij kunnen deelnemen aan de beraadslagingen in de senaatscommissie(s) die een senaatsstandpunt voorbereiden over handelsverdragen die de president wil sluiten. Dit zou een positievere dimensie geven aan de steeds meer gespannen relatie tussen de Europese Unie en die ACS-landen: die landen zouden niet langer onderhandelaars aan de andere kant van de tafel zijn, maar partners aan dezelfde kant. Het lijkt ons dat het aan de drie groepen van landen zelf is om hun vertegenwoordigers in de Europese Senaat te kiezen of te benoemen. Ook hier zou het beginsel van onverenigbaarheid van functies moeten gelden: men mag naast het lidmaatschap van de Europese Senaat geen ander openbaar ambt waar dan ook bekleden.

Het lijkt ons niet nodig dit in de Grondwet zelf op te nemen. Deze specifieke verhouding tussen de Verenigde Staten van Europa en de ACS-landen kan bij verdrag worden geregeld. Mocht iemand aanvoeren dat het ontbreken van een letterlijke passage in de Grondwet in strijd is met de Grondwet, dan kan het Hof van Justitie op grond van de uitdrukkelijke bedoeling van de Grondwet, zoals hier in de memorie van toelichting beschreven, teleologisch vaststellen dat dit wel degelijk in overeenstemming is met de Grondwet.

Als alle landen van de huidige EU toetreden tot de Federatie, zou onze Senaat dus bestaan uit 27 x 8 = 216 personen. Plus de hierboven genoemde (niet-stemgerechtigde) 3 x 2 = 6 leden uit de voormalige koloniën van Europese landen, de ACS-groep. Dit bevestigt het vermoeden van de lezer dat er in de twee Kamers van het Europees Congres geen plaats is voor staatshoofden of nationale regeringen.

Uitleg van deel 4

In afwijking van de Amerikaanse grondwet stellen wij voor dat niet elke Kamer afzonderlijk haar verkiezingen regelt, maar het Europees Congres. De reden hiervoor is de keuze om de verkiezing van de leden van het Huis van de Burgers in de gehele Federatie te laten plaatsvinden. Dat wil zeggen dat er geen volksvertegenwoordigers per staat moeten worden gekozen, maar van alle aangesloten volkeren tezamen. Op die manier is dit Huis de onbetwistbare emanatie van de verkiesbare burgers van de Federatie.

Clausule 2 is onderdeel van het Amerikaanse Amendement XX, geratificeerd in januari 1933. Clausule 3 spreekt voor zich. Na de Grondwet is het Reglement van Orde van een Huis van Afgevaardigden het belangrijkste document, omdat het de procedure van democratische besluitvorming regelt.

Toelichting bij Afdeling 5

Er zijn dus drie reglementen van orde: één voor het Europees Congres (de twee Kamers tezamen) en één voor elk van de twee Kamers. De registratie van de beraadslagingen en stemmingen impliceert de openbaarheid van deze aangelegenheden, tenzij de betrokken Vergadering besluit dat bepaalde onderwerpen gesloten moeten blijven.

Uitleg van sectie 6

Clausule 1 kan voor zichzelf spreken. Clausule 2 gaat over immuniteit die de vrije uitoefening van het mandaat moet garanderen. Elk lid van het Congres moet kunnen functioneren zonder druk van buitenaf.

 

Artikel II - Organisatie van de wetgevende macht

Sectie 1- Oprichting van het Europees Congres

  1. The Legislative Branch of the European Federal Union lies with the European Congress. It consists of two Houses: the House of the Citizens and the House of the States.
  2. The European Congress and its two separate Houses take residence in Brussels unless the Houses agree on a different residence within the territory of the European Federal Union.

Afdeling 2 - Het Huis van de Burgers

  1. The House of the Citizens is composed of the delegates of the Citizens of the European Federal Union. Each delegate has one vote. The delegates of this House are elected for a term of five years by the Citizens of the Federation who are qualified to vote, united in one constituency, being the constituency of the European Federal Union. They can be re-elected once in succession. The election of the delegates of the House of the Citizens always takes place in the month of May, and for the first time in the year 20XX. They enter office at the latest on June 1st of the election year. 
  2. The size of the House of Citizens will follow the political and demographic development of the European Federal Union, based on a ten-year census cycle. If the population of the Federation does not exceed four hundred million, the House of the Citizens will consist of four hundred delegates. When the population is between four hundred and five hundred million, the House of the Citizens will consist of five hundred delegates, and when the population exceeds five hundred million inhabitants, it will consist of six hundred delegates.
  3. Subject to the law to be established by the House of the Citizens on requirements of competence and suitability for the office of delegate on behalf of the Citizens of the European Federal Union, are eligible those who have reached the age of eighteen years on June 1st of the election year and are registered as Citizen of one or more States of the Federation during at least seven years. The law regulating the requirements of competence and suitability also regulates the responsibility of transnational political parties in applying and acquiring the requirements by prospective delegates, as well as the role of Citizens in that process.
  4. The House of the Citizens shall organise once a year a multi-day meeting with panels of Citizens to gather information on how to improve the realization of the Common European Interests as envisaged in Article III. The law shall determine how the Citizens' panels are composed and how they shall operate, considering that Citizens from each Member State will participate in these panels and that the outcome of these meetings will improve and strengthen the policies on the Common European Interests.
  5. The delegates of the House of the Citizens have an individual mandate. They carry out this office without a binding mandate, in the general interest of the Federation. This mandate is incompatible with any other public function (no double mandates), nor with a position or such a relationship with European or global enterprises or other organisations as to influence the Federation's decision making.
  6. The right to vote in elections for the House of the Citizens belongs to anybody who reaches the age of eighteen years in the month of May of the election year and is registered as a Citizen in one of the States of the Federation, regardless of the number of years of that registration. Citizens of a State of the Federation who are legally resident in another State of the Federation can vote for the House of Citizens in their State of residence.
  7. The House of the Citizens choose their Chair, consisting of three delegates of the House, with the right to vote, and appoint their own personnel.

Afdeling 3 - Het Huis der Staten

  1. The House of the States is composed of nine delegates per State. Each delegate has one vote. They are appointed for a term of five years by the legislature of their State among its members. They can be re-appointed once in succession. The first appointment of the full House of the States takes place within the first five months of the year 20XX. They enter their office at the latest on June 1st van het jaar van hun benoeming.
  2. Subject to rules to be established by the House on requirements of competence and suitability for the office of delegate on behalf of the States of the European Federal Union, are eligible as delegate those who reaches the age of twenty-five years in the year of taking office and who have been registered for a period of at least seven years as a Citizen of a State of the European Federal Union.
  3. The House of the States shall organise once a year a multi-day meeting with panels of delegates of the parliaments of the Member States to gather information on how to improve the realization of the Common European Interests as envisaged in Article III. The law shall determine how these panels are composed and how they shall operate, considering that delegates from each parliament of the Member State will participate in these panels and that the outcome of these meetings will improve and strengthen the Common European Interests.
  4. The delegates of the House of the States have an individual and non-binding mandate that is exercised in the general interest of the Federation. This mandate is incompatible with any other public function, including an incompatible membership of the parliament that appointed them as delegates of the House of the States (no double mandates), nor with a position or such a relationship with European or global enterprises or other organisations as to influence the Federation's decision making.
  5. The Vice-president of the European Federal Union chairs the House of the States. He or she has no right to vote unless the votes are equally divided. 
  6. The House of the States elects a chairperson pro tempore who in the absence of the Vice-president, or when he or she is acting President, leads the meetings of the House. The House appoints its own personnel.
  7. The House of the States holds the exclusive power to preside over impeachments. In case the President of the European Federal Union, the Vice-president of the European Federal Union or a delegate of Congress is impeached the House of the States will be chaired by the Chief Justice of the Court of Justice. In case a delegate of that Court is impeached the President of the House of the States will chair the House of the States. No one shall be convicted without a two third majority vote of the delegates present.
  8. Conviction in cases of impeachment shall not extend further than the removal from office and disqualification from holding any office of honor, trust, or salaried office within the European Federal Union. The convicted shall nevertheless be liable and subject to indictment, trial, judgment, and punishment according to law.

Afdeling 4 - Het Europees Congres

  1. Het Europees Congres is de bijeenkomst van het Huis van de Burgers en het Huis van de Staten in gemeenschappelijke vergadering en wordt voorgezeten door de voorzitter van het Huis van de Burgers.
  2. Het tijdstip, de plaats en de wijze van verkiezing van de afgevaardigden van het Huis van de Burgers en van de aanwijzing van de afgevaardigden van het Huis van de Staten worden vastgesteld door het Europees Congres.
  3. Het Europees Congres komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Deze bijeenkomst begint op de derde dag van januari, tenzij het Congres bij wet een andere dag vaststelt.
  4. Het Europees Congres stelt een reglement van orde vast voor zijn manier van werken.

Afdeling 5 - Reglement van orde van beide Kamers

  1. Each House settles Rules of Proceedings, by majority of its delegates, as to their specific fields of competence. They regulate what subjects require a quorum, which quorums are applied, the majority requested save is otherwise provided in the constitution, how the presence of delegates can be enforced, what sanctions can be imposed in case of systematic absence, what powers the Chairperson has in order to restore order and how the proceedings of meetings and counted votes are recorded.
  2. Het reglement van orde regelt de bestraffing van afgevaardigden van het Huis in geval van wanordelijk gedrag, met inbegrip van de bevoegdheid van het Huis om de afgevaardigde met een tweederde meerderheid definitief te royeren.
  3. Tijdens de zittingen van het Europees Congres mag geen der Kamers zonder toestemming van de andere Kamer voor langer dan drie dagen worden geschorst, noch mag zij haar zetel verplaatsen. 

Afdeling 6 - Vergoeding en immuniteit van gedelegeerden van het Congres

  1. The delegates of both Houses receive a salary for their work, determined by law, to be paid by the Treasury of the European Federal Union.
  2. The rule on the immunities of both Houses are determined at the level of the European Federal Union. The delegates of both Houses are in all cases, except treason, felony, and disturbance of the public order, exempted from arrest during their attendance at sessions of their respective House and in going to and returning from that House. For any speech or debate in either House they are not to be questioned in any other location.

Section 7 – The Federal Court of Justice, the Federal Central Bank, and the Federal Court of Auditors

The European Congress establishes by law The Federal Court of Justice, the Federal Central Bank, the Federal Court of Auditors and regulates their powers. 

Toelichting bij artikel II

Uitleg van deel 1

Clause 1 implies that the European Congress has the same position as the US Congress: the assembly of both Houses at the same time. Only the Congress has legislative power. But there are some nuances to this principle. The President has a kind of derived legislative power in the form of 'Presidential Executive Orders'. These are regulations of a lower order than the formal legislative power of Clause 1. Furthermore, these Executive Orders must be traceable to that legislation of Congress. Another nuance is that the US Supreme Court has ruled several times that Congress can delegate legislative power to federal agencies. 

In Clause 2, we opt for Brussels as the seat of both Houses of the European Congress, but with the reservation that the European Congress may decide to choose another location. The reason is that it is uncertain whether Belgium will be among the initial members of the European Federal Union. And, in any case, the European Congress must have the power to choose another location within the federal territory.

Few constitutions specify the location without a way for the assembly to move itself within the nation, even if they specify a capital. E.g., the Swedish constitution does name Stockholm as its capital, but allows for the parliament to decide to move elsewhere. The US federal government is in Washington, DC, because of the Residence Act of 1790, not the constitution.

Congress should decide freely such matters when constituting itself. The peoples’ delegates might even think it proper to mark the transition to a new paradigm of European history by moving the seat of European Congress to a new location altogether. Like Brazil’s Brasilia, or Indonesia's plan to move the capital from Java to the island of Kalimantan, one could even imagine a future new administrative capital, located geographically in the center of our Continent, named ‘Europa’, taken from Greek mythology about Princess Europa and symbolized by a statue of this Princess?

Uitleg van deel 2

In Clause 1 we don’t follow the American Constitution. First, our choice to have one constituency for the whole Federation; no elections for the House of the Citizens per State, as is the case in America and also in the EU. This constitution opts for voting for the whole Federation: one constituency of the countries belonging to the territory of the federation. So, a Slovakian will be able to vote for a Belgian, an Irishman, a Cypriot, a Spaniard, a Dutchman, et cetera. This single federal constituency will give rise to transnational political parties. Only through a single constituency for the European Federal Union can a direct – uniting - relationship be established between Citizens and their delegates. Thus, delegates of the House of the Citizens are representing the citizens’ European-interests, not the citizens’ state- or district-interests. 

The Americans' main objection to a single American constituency (instead of their present system of electoral votes per district/state) has been based on the fear that the population of the most densely populated cities and areas would gain more influence than the inhabitants of rural areas. Although we understand why and how a district/state-based election system was designed in the first years of the American Constitution, this must be seen as a first-class methodological error. An error in the sense that the essence of a federal state - namely, to look after Common Interests that transcend state interests - cannot be represented by an electoral system based on local, regional, and state interests. Such concerns belong to the competences of the states and their components. A federation is only there to look after common interests that cannot (any longer) be looked after by individual states.

The choice at the time resulted in the weakest element of the American political system. Elections based on districts de facto led to a two-party system. In practice, this meant that the loser's voters were not represented. The adage 'the winner takes all' led to an unprecedented power struggle in which both parties did not – and still do not - hesitate to use any means to gain and keep power. During the Trump era, this reached an all-time low. After Trump’s presidency numerous Republican-controlled states have passed laws that further impede the other party's ability to gain power through elections. Including measures to prevent - or make it very difficult for - certain populations, particularly people of colour, from casting a vote. This is supported by Gerrymandering; that is, periodically adjusting the boundaries of districts in such a way as to guarantee electoral gains for the party that was authorised to adjust the boundaries. This process is further driven by PACs: Political Action Committees that use many millions to influence the election campaign in favour of one of the two parties.

It should be mentioned that in America, too, the pernicious nature of this system has long been recognised. Since 1800, over 700 proposals to reform or eliminate this system have been introduced in Congress.However, amending the Constitution in this way always failed. Nevertheless, as of June 2021 fifteen states plus the District of Columbia (Washington) forged the National Popular Vote Interstate Compact. They agreed to give all their popular votes to the presidential candidate who wins the overall popular vote in the fifty states and the D.C. This agreement comes into effect when they gather an absolute majority of votes (270) in the Electoral College.  This plan, of course, meets with legal objections and will have to prove itself at the next elections. However, it is an important signal for Europe never to make the same methodological mistake of basing federal elections on a district/state system. How the UK's district system with the dominance of one party could have led to Brexit says it all. 

Such a system is a fundamental error seen from the essence of a federal organisation. The Citizens at the base of society vote for local, regional, and national interests in their own local, regional, or national elections. So, on the basis of their own systems. A federal Europe is not allowed to interfere with this. Federal elections are about European interests. The delegates of the House of the Citizens are not delegates of a district, nor of a state, but of the European Citizens. That requires an electoral system that is suited to this. A system that makes it possible for Citizens at the basis of society to understand that they have to give substance to a small, limitative list and exhaustive of Common European Interests. This leads to a fundamental rejection of district and state elections and the introduction of a system of popular voting for the territory of the entire federation. 

This is new and therefore difficult to implement. But that is the task we face.

It is especially difficult for transnational political parties. There are already some such parties, but the EU system forces them to raise their profile within the state in which they have registered as political parties. That is, their electoral lists for intra-state positions or for the European Parliament must include only persons from the state concerned. Being registered in several states does not make them transnational, yet. They only become transnational when they are allowed to propose candidates - adhering their values or ideology - for the House of the Citizens from any member state of the federation.

In a federal Europe based on popular voting within one constituency - the territory of the federation - political parties will have to reinvent themselves. Just as a federal Europe says fundamentally goodbye to a treaty-based Europe, so transnational political parties will have to devise completely new methods and techniques to put the best candidates on election lists and ensure that federal elections are about European interests, fully understood and supported by the Citizens. While preserving their own local, regional, and national cultural identity, it should help Citizens to slowly acquire a European sense of togetherness as well. 

So, the electoral system of this constitution is based on the so-called list system: (a) each transnational political party deposits a list that ranks eligible persons, (b) voters vote for the list of their choice and thus simultaneously for a person. The electoral divide determines how many votes a candidate needs to win a seat. Example of an electoral divide: if ten million valid votes are cast for one hundred seats, the electoral divide is 10,000,000:100 = 100,000 votes. This number of votes is needed for one seat; this is the electoral divide.

The political parties themselves decide who will be on the electoral list. Whether there is an (un)balanced representation of the States in the House of the Citizens of the European Federal Union depends on how the political parties compile their electoral lists. The political parties can prevent small Member States of the European Federal Union from having no or very few delegates in the House of the Citizens. They should put good candidates from such States on electable positions.

In America, delegates of the House of Representatives only sit for two years. Why do we opt for five years for the European House of the Citizens? The reason is: the democratic deficit of the European Union, which has been criticized for years, can only be compensated by giving the Citizens' delegates a central role. The EU-states, with their nationalistically driven interests of intergovernmentalism, have deprived the representation of the Citizens of its powers for too long. 

Moreover, we do not consider it right to send the delegates of the House of the Citizens on an election tour every two years. When they have just settled in, they would have to go out again to secure their next election. In the European Federal Union, they can devote the better part of five years to looking after the common European interests of the Citizens, rather than the interests of their re-election. We do want to limit the number of terms to two. So, a maximum of ten years in the House of the Citizens. In this way we can prevent the quality of the work of representation from deteriorating because of the concentration of power, laziness, or excessive influence from lobbyists.

Clause 2 introduces the concept of ‘dynamic sizing’. The population of the Federation will fluctuate for a long time. For this reason, it is not wise to fix the number of Citizens' delegates in the House of the Citizens. The number of delegates of that House should be as balanced as possible with the size of the people. That size will fluctuate with the expected growth of the number of Member States (a political matter); it can decrease because of structural shrinkage of the population or increase by an influx from immigrants (a demographic matter). Therefore, a clear and manageable arrangement has to be made between fluctuations of the population on the one hand and a corresponding size of representation on the other. Clear, by using numbers to show that relationship. Manageable, by working with a census cycle of ten years. In this way, the constitution does not have to be amended if the size of the federation's population fluctuates.

In Clause 3 we are introducing another revolutionary rule. Though political parties are free to choose the candidates they want to stand for election, Clause 3 extends the system of checks and balances by regulating requirements for acquiring the political office. Checks and balances are the most powerful defense mechanism against undemocratic rule. But on the issue of eligibility, there is no check on whether a candidate has the right competence and suitability to perform the most important political office in the Federation: representing the Citizens. Citizens want to be represented by competent and suitable persons. We cannot leave the selection of candidates entirely to the political parties because they will always maximize their power in the fight for the political values they cherish. If anywhere in the constitutional and institutional system a place must be reserved for Citizens to have influence, it is at the front of the door where delegates want to enter the House of the Citizens.

Therefore, Clause 3 regulates that the House of the Citizens lays down rules on the competence and suitability of candidates for membership of that House. This is a mandate for transnational political parties to put on the electoral list candidates who are thoroughly familiar with the fundamentals of the political office, the most important office in the world. So, this task for transnational political parties - in their role as gatekeepers - requires a total change in mindset, selection and training of the candidates deemed necessary for that political office. The law also regulates the Citizen’s role and position in that process.

Clause 3 regulates further that are eligible those who have reached the age of eighteen years and are registered as Citizen of a State of the Federation during at least seven years. Of course, one might wonder whether that is not too young for a political office of that weight. But the same can be said of someone who is forty years of age or older. It is a matter of principle. If one considers eighteen years old enough to be recruited into the army and sent out to protect the country, even with the mandate to shoot, then that age should also be good enough to be eligible for election. Setting the bar on twenty-five will disenfranchise young voters and bar them from electing peers that might be qualified, competent, and great talents/future leaders. We would exclude a considerable percentage of Europe’s citizens, citizens that one can argue have that highest stakes and interest in best possible long-term policies for future custodianship of the planet.

The earlier mentioned list-system is also ideally suited to promoting gender equality. If each political party draws up its list of candidates in the alternating gender-to-female ratio, the composition of the House of the Citizens will, by definition, approach the 50% female-to-male ratio.

The constitution does not provide for by-elections for delegates of the House who leave office early. We propose that the list system should include a system of deputies.

Then there is the question: ‘How can a German know whether to vote for a Luxembourger or a Cypriot?’ That is a non-issue. He does not need to know, because the European Congress is not about German or other national interests, but about European ones. He just needs to have confidence in the transnational political party of his choice. And thus, the confidence that that party will put the best candidates, well distributed over the entire Federation, on electable positions on the list. 

Clause 4 introduces another form of influence by Citizens by the obligation on the part of the House of Citizens to organise annually multi-day Citizens' Panels. These are aimed at systematically collecting the views of expert panels on how the legislation of the House should be improved to strengthen the policy on the Common European Interests addressed in Article III. The composition and working methods of those panels shall be laid down by law.

With this Clause, we introduce, together with elements of classic representative democracy and direct democracy, also elements of deliberative democracy. The ability to enter dialogue with each other is a necessary condition for arriving at good decision-making, meaning a process of taking decisions after consulting Citizens, after an exchange of arguments in the political arena, in which the best arguments prevail, tested against the public interest and in which compliance with the decisions/laws by Citizens is guaranteed because there is support in society. 

When the instrument of referendum is used, we run into the following problems:

Citizens can make their preferences known:

1. without having to enter a dialogue with other citizens;

2. without having to weigh up the pros and cons within the framework of the public interest; they can let their own interest prevail;

3. without having to present arguments to support their choice;

4. without having to tell the world what choice they have made;

5. without being accountable to anyone.

Put that next to the situation in which a politician must operate. He must enter a debate with fellow politicians within the parliamentary setting; that debate is about exchanging arguments. Afterwards, the politician takes a stand, whereby he is obliged to keep the public interest in mind. It takes place in public, so that the voter can take note of it, address the politician, and take it into account when deciding how to vote in the next round of elections.

In this sense, direct democracy is not the only way in which the decision-making process is not the exclusive domain of politics: deliberative democracy, organised in accordance with the standards based on Jürgen Habermas's Theory of Communicative Action can become a strong junction between citizens and representatives. A power-free space must be created in which participants are completely free to make statements. These statements can be criticised on three levels: is it factually true, is it normatively correct and is the statement truthful?

For such deliberative sessions Citizens are invited who can make statements about the problematic reality with reason and feeling. In this phase, politics does not interfere; it is merely an organiser and spectator.

The next step – policy-making - is the legislator's turn, which is fulfilled by the democratically elected representation of the people.

It is then up to the administration to execute legislation and regulations. It is important that the rules that usually lead to restrictions on the freedom of Citizens are complied with. The quality of the first step in the policy process and the quality of the representation of the people determine the extent to which the rules are complied with.

Finally, the legal test ensures the legal protection of Citizens in relation to government action. The interests of the citizens within the Federation must be represented by the Deliberative Democratic method of working enshrined in the Constitution. 

In Clause 5 of this Section 2 is explicitly stated, as in the American and Swiss Constitutions, that the delegates of the House of the Citizens exercise a mandate to be accountable only to those European Citizens. Their mandate is also exclusive - that is to say, they may not exercise any other public function, office, or mandate, at any level of government; in this way we prevent conflicts of interests and the concentration of power. So, no double mandates, nor with a position or such a relationship with European or global enterprises or NGO’s as to influence the Federation's decision making.

Clause 6 does not need further explanation.

Clause 7 is explained as follows. No such position of power – the Chair of the House - should be in the hands of one single person. Neither in an economic-financial democracy, nor in a social-cultural sociocracy, nor in a judicial-moral meritocracy. Power corrupts, and lots of power corrupts a lot; it is not impossible to corrupt a college of three people, but it is far easier to find out!


Representation Overseas Countries and Territories (former colonies)

There is one more important aspect to deal with. In the context of representation attention must be paid to the position of territories which, after the abolition of colonial status, still maintain a legal link with the former colonizer. Let’s check first the situation in the USA.

In addition to the 435 voting delegates of the US House of Representatives, there are six non-voting delegates from the District of Columbia (= D.C. with the federal capital Washington), Guam, the Virgin Islands, American Samoa, the Commonwealth of the Northern Mariana Islands, and a resident commissioner from Puerto Rico. The European Federal Union takes the following position.

Brussels – or any other location of the European Congress - is the constitutional capital of European Federal Union, but not, like Washington in the District of Columbia, a territory with its own constitutional status that justifies (non-voting) membership in the House of the Citizens. Therefore, no separate seat for ‘Brussels’ in the European House.

Another question is what status the so-called Overseas Countries and Territories should have, legally linked to a Member State of the Federation: France, the Netherlands and Denmark. Their associate membership of the European Union is very similar to that of the six territories mentioned above that are delegates of the US House of Representatives without voting rights. We therefore recommend that these Overseas Territories also be given such a status in the House of the Citizens: membership without voting rights. Of course, this leaves us with the question: how many delegates per territory and who chooses or appoints them? This could be dealt with in a simple way: the Member State concerned organizes an election for one non-voting delegate of the European House of the Citizens in the territory concerned. The principle of incompatibility of offices should also apply here. One cannot be a delegate of the European House of the Citizens and hold a public office in one's own constituency. 

In a nutshell, the electoral system of this constitution boils down to the following points: 

  • The federation of the European Federal Union has universal suffrage, popular voting, with seats distributed on the basis of proportional representation. 
  • Everyone who is registered in a member state of the European Federal Union and is 18 years of age has the right to vote in periodic elections to the House of the Citizens. 
  • Kiezers die in meer dan één lidstaat zijn geregistreerd, bijvoorbeeld migrerende werknemers of studenten (afkomstig uit lidstaat A maar werkend of studerend in lidstaat B), ontvangen slechts één stem.  
  • The constituency is the entire territory of the European Federal Union. No elections per Member State, nor per District. So only the popular vote applies throughout the constituency of the European Federal Union.
  • Conscientious transnational political parties place candidates on electoral lists and ensure equal gender distribution on those lists; they also ensure candidates from all Member States so that a voter from one Member State can vote for a candidate from whatever other Member State.
  • Na de verkiezingen wordt aan de hand van het totale aantal stemmen bepaald welke kandidaat een zetel in het Huis van de Burgers heeft behaald. Een zetel wordt bepaald door het totaal aantal uitgebrachte stemmen te delen door het aantal zetels in het Huis van de Burgers. Het aantal keren dat een politieke partij dat aantal haalt, bepaalt dus het aantal zetels voor die partij. De zetels die overblijven worden restzetels genoemd. Zij worden evenredig over de politieke partijen verdeeld.  

Uitleg van deel 3

In Section 3 it is a deliberate choice not to give the House of the States the name 'Senate'. This choice of words has to do with the importance of always pointing out the strength of the Constitution through the system of checks and balances: the balance between looking after the interests of the Citizens - under the responsibility of the House of the Citizens - versus looking after the interests of the States, under the responsibility of the House of the States. The delegates of the House of the States are not called ‘Senators’ because this word is derived from the Latin 'senex'. That means ‘old man’. As they – men and women - are eligible for election from the age of 30, we do not consider the term 'Senator' to be appropriate anymore.

The American Constitution was drafted in 1787 and came into force in 1789. According to that text, Senators were elected by the legislature of the States. Not elected by the Citizens. This was changed in 1913 by Amendment XVII. From then on, the US Senate is composed by the voters of the States. We wonder whether that is a good Amendment. It was, and still is, the intention that the House of Representatives represents the interests of the People and that the Senate represents the interests of the States. This is an essential feature of the federal system: the Federation is formed by the Citizens and the States. Therefore, their representation is arranged separately from each other, from two separate sources: one from the Citizens and the other from the States. It is also part of the checks and balances. 

In order to prevent a federal European Congress from placing all the power in the hands of the Citizens and undervaluing the interests of the States, we therefore choose the system whereby the delegates of the House of the States are appointed by and from the Legislatures of the Member States. Nine delegates per State, not two as is the case in the USA. For the following reasons.

We opt for a larger number of delegates per State to ensure that each State of the European Federal Union is adequately represented in the federal House of the States, however small and sparsely populated a State may be. By assigning each State of the Federation nine delegates in the House of the States, each State is assured of sufficient representation to participate effectively in federal decision-making. Moreover, this figure may be an incentive for Europe's smallest States, with populations of at most a few million, to join the Federation. Under the Lisbon Treaty, they are now guaranteed five to eight seats in the European Parliament. By joining a European Federal Union, they are guaranteed nine seats in Congress - that is, in the House of the States - even if none of these smallest States were to win a seat in the elections for the House of the Citizens. The fact that small Member States in a federal Congress also have delegates in the House of the Citizens is a matter and task for transnational political parties, which must organize their electoral lists in such a way that Luxembourg, Cyprus, Malta and other small States – if entered the federation - are also represented. 

The question may rise: why not opting for more than nine? Or less? The reason for not more than nine is that with that the danger of specialization looms. Specialists will certainly be found in the House of the Citizens. That is sufficient. In our view, the House of the States consists of generalists, wise people with broad experience in the way a State translates social-cultural developments into sensible policies. The reason for not less than nine is the guarantee that small Member States must have that they can adequately counterbalance the House of the Citizens which, because of its election on the basis of one constituency, is completely detached from judging the interests of states, let alone interests of districts, because it is elected to look after the encompassing interests of Europe.

For the House of the States, we are working on the basis of a five-year term of office, the same of the House of Citizens. We diverge with US Constitution with its mid-term elections of the House of the Citizens because we want to avoid a situation of permanent electoral campaign running; also diverging from the US constitution regarding the appointment of the delegates of the House of the States: a fixed term of five years and no stepping down of half of the House delegates after three years. We do not provide for elections for the early replacement of delegates so, a system of deputies must be included in the Rules of Procedure of the House and in the Rules of the States.

As in the case of the House of the Citizens, we cannot now anticipate the year in which the first appointments to the European House of the States will be made. The date will depend on when the Constitution enters into force. We can imagine that the appointment of the House’s delegates by the State Parliaments presupposes that all national legislatures are in session. However, there is a real possibility that the planned appointment of delegates coincides with parliamentary elections in one State or in a few States. Therefore, we provide for a period of five months during which the appointments of delegates can take place. In this way, the States can appoint their delegates every five years in time, before a Parliament is dissolved. And so, the continuity of European governance is assured. The only drawback, it seems to us, is that in the event of the premature dissolution of their national Parliament, delegates will have to wait a few extra weeks to take up their office, but in any case, on 1 June of the year of appointment. 

Clause 2 of Section 3 contains the same defense mechanism as in Section 2. It is a check on the competence and suitability of candidates for the political office of representing the States. The House of the States makes rules to check the competence and suitability of candidates for the political office of a delegate. 

Clause 2 provides further that Citizens from other parts of the world must have lived officially in a Member State of the federation for at least seven years - and thus have sufficient Citizenship - to be eligible, for election, at the age of twenty-five, as a delegate of the House of the States.

Clause 3 is the deliberative equivalent of Clause 4 of Section 2: the House of the States shall organise once a year a multi-day meeting with panels of delegates of the parliaments of the Member States to gather information on how to improve the realization of the Common European Interests as envisaged in Article III. The law shall determine how these panels are composed and how they shall operate, considering that delates from each parliament of the Member State will participate in these panels and that the outcome of these meetings will improve and strengthen the Common European Interests.

Clause 4 states that the mandate of a delegate of the House of the States is individual; a delegate receives no instructions, not even from the institutions of the State from which he or she comes, or which elected him or her. The mandate is exclusive: it excludes any other public office. So, when they are appointed by their own state parliament as delegate of the Federation, they resign as delegates of their parliament.

Clause 5 follows the US constitution by putting the Vice-President in charge of the House of States. Clause 6rules that in the absence of the Vice-President, the meetings of that House are led by a Chairperson-pro tempore.

Clauses 7 and 8 deal with matters of impeachment. 

Relationship with ACP-countries

As with the Overseas Territories, there is the question of the position of the 79 ACP countries, now independent states but previously colonies of European countries. In Africa, in the Caribbean and in the Pacific. The European Union maintains a special relationship with these countries through treaties, mainly aimed at creating trade relations that (can) benefit both parties. However, this relationship is always under pressure. While the EU - within the framework of the policy of the World Trade Organization - wants to abolish as many trade barriers as possible, the ACP countries usually advocate the continuation of protection. The periodic renewal of the treaty relationship between the EU and the ACP countries does not seem able to eliminate these tensions. On the contrary. However, we cannot afford this in the rapidly globalizing world. Therefore, we propose a paradigm shift in this area as well: promote the functioning of EU-ACP treaties by giving the ACP countries a place in Congress. What would be against giving six seats (without voting rights) in the House of the States, the House explicitly intended for the interests of states, to two delegates from the African ACP group, two from the Caribbean group and two from the Pacific group? In order to promote gender equality, these two delegates per A, C and P should always consist of a woman and a man. Although they would not have the right to vote, they could participate in deliberations in the House of the States committee(s) that prepare a House position on trade treaties that the President of the Federation wants to conclude. This would give a more positive dimension to the increasingly strained relationship between the European Union and those ACP countries: those countries would no longer be negotiators on the other side of the table, but partners on the same side. It seems to us that it is up to the three groups of countries themselves to elect or appoint their delegates to the European House of the States. Here too, the principle of incompatibility of offices should apply: one should not hold, alongside the (non-voting) membership of the European House of the States, any other public office anywhere.

It does not seem necessary to include this in the Constitution itself. This specific relationship between the European Federal Union and the ACP countries can be settled by treaty. Should anyone argue that the absence of a literal passage in the Constitution is in conflict with the Constitution, the Court of Justice can teleologically establish, on the basis of the explicit intention of the Constitution as described here in the explanatory statement, that this is in fact in accordance with the Constitution.

If all the countries of the current EU join the Federation, our House of the States would therefore consist of 27 x 9 = 243 people. Plus, the above mentioned (non-voting) 3 x 2 = 6 delegates from the former colonies of European countries, the ACP group. 

Uitleg van deel 4

The European Congress decides in full sovereignty on exceptional judicial-moral issues.

In deviation from the American Constitution, we propose that not each House separately regulate its elections, but the European Congress. The reason is the choice to have the election of delegates of the House of the Citizens take place throughout the Federation. In other words, no delegate of the people should be elected per State, but of all the affiliated peoples together. In this way, this House is the indisputable emanation of the elective Citizens of the Federation.

Clause 2 is part of American Amendment XX, ratified in January 1933.

Clause 3 is self-evident. After the Constitution, the Rules of Procedure of a House of Representatives is the most important document because it governs the procedure of democratic decision-making.

Toelichting bij Afdeling 5

Er zijn dus drie reglementen van orde: één voor het Europees Congres (de twee Kamers tezamen) en één voor elk van de twee Kamers. De registratie van de beraadslagingen en stemmingen impliceert de openbaarheid van deze aangelegenheden, tenzij de betrokken Vergadering besluit dat bepaalde onderwerpen gesloten moeten blijven.

Uitleg van sectie 6

Clause 1 may speak for itself. Clause 2 is about immunity which must guarantee the free exercise of the mandate. Each delegate of Congress must be able to function without external pressure.

Explanation of Section 7

This Section provides that the European Congress shall establish the three – non-legislative and non-executive - principal institutions of the Federation and shall regulate their powers by law.

nl_NLNederlands